Wonen in Rotterdam
Nederlands English
Terug

Van waterstad naar wat-een-stad!

Het Rotterdamse centrum door de ogen van een architectuurhistoricus

De historische ontwikkeling van de Rotterdamse binnenstad zorgde voor een moderne gelaagdheid die uniek is, vindt architectuurhistoricus Wijnand Galema. Het eigen karakter van Rotterdam was er altijd al, maar die karakteristieke skyline van kantoorgebouwen en woontorens stamt pas uit de jaren tachtig. Een lesje Rotterdamse geschiedenis van Wijnand!

Oorspronkelijk Rotterdam: landstad en waterstad

Architectuurhistoricus Wijnand Galema weet veel over de historische omstandigheden die leidden tot het huidige gezicht van de stad; de geschiedenis van de Rotterdamse wederopbouw en de architectuur ervan zijn de rode draad in zijn loopbaan. Hoewel die wederopbouw beeldbepalend is voor Rotterdam, had de stad ook daarvoor al een eigen karakter waarvan de contouren nog steeds zichtbaar zijn. Het deel van het centrum dat we de Stadsdriehoek noemen, begrensd door de Goudsesingel, Coolsingel en de Nieuwe Maas, is waar de oude binnenstad van Rotterdam ontstond.

Al voor de wederopbouw was Rotterdam een moderne stad met eigen karakter

Wijnand: “De stad bestond toen uit twee delen: voor de dijk lag de waterstad, achter de dijk de landstad. In de waterstad werd gewerkt; daar waren de havens, de pakhuizen en de eerste fabrieken van Rotterdam. De landstad was de plek waar werd gewoond. Daar werden inkopen gedaan, gingen mensen uit en het was de plek waar je de ambachten vond.”

De moderne vooroorlogse stad

Aan het einde van de negentiende eeuw groeide Rotterdam hard doordat de activiteit in de haven sterk toenam. Dit was ook het moment waarop de stad begon te moderniseren, om meer ruimte te creëren en de leefomstandigheden in de stad te verbeteren. Wijnand: “Een goed voorbeeld daarvan is de aanleg van de singels tussen 1870 en 1880. Onder andere de Heemraadssingel en Westersingel zorgden ervoor dat de waterhuishouding en hygiëne verbeterden in de wijken die daar omheen lagen. Daarnaast zorgden ze voor groen in de stad; een plek om op zondagmiddag te wandelen.” Rond 1900 werd op andere plaatsen juist water gedempt om ruimte te maken voor het toenemende verkeer in de stad. De Coolsingel veranderde in een boulevard en op de Binnenrotte maakte water plaats voor het luchtspoor.

Flexibel wederopbouwplan

De branden die woedden na het Duitse bombardement van 14 mei 1940 legden een groot deel van de binnenstad in de as. Het stadsbestuur ging daar voortvarend mee om en het eerste wederopbouwplan, van de hand van stadsarchitect Witteveen, lag vrij snel na het bombardement klaar. Maar nog voor er goed en wel aan opbouw begonnen kon worden, kwamen ondernemers, architecten en bestuurders tot nieuwe inzichten voor de stad. Wijnand: “Witteveen werd toen op een zijspoor gezet en onder leiding van zijn voormalige rechterhand, Van Traa, werd het vrij starre en conservatieve plan aangepast naar een moderner en veel flexibeler plan. Dat is een heel cruciaal moment geweest in de ontwikkeling van de stad.”

Kanonskogel op de Coolsingel

In het wederopbouwplan werden de functies van de stad in aparte zones ingedeeld, vertelt Wijnand. “Zo kwam rondom het Centraal Station een wijk voor handel. De Lijnbaan is misschien wel het beroemdste project uit die tijd. Winkels aan een autovrije straat, zonder woningen erboven, dat was toen baanbrekend.” Het scheiden van de functies van de stad had tot doel het verkeer te stroomlijnen en eventuele overlast tussen verschillende bedrijvigheden te minimaliseren. Het duurde niet heel lang tot men terugkwam op die beslissing.

Pas in de jaren ‘80 en ‘90 werd op hoogbouw ingezet

Wijand: “Eind jaren ’60 werd door een socioloog een onderzoek gedaan naar de beleving van Rotterdam. Daar rolde de conclusie uit dat de wederopbouw tot dan toe geen levendige stad had opgeleverd. Het idee dat je na zes uur op de Coolsingel een kanon kon afvuren zonder iemand te raken, stamt uit die tijd.” Sindsdien waren er verschillende gedachten over de manier van goed wonen in de stad. Wijand: “In de jaren ’70 vond men het belangrijk om kleinschalige en gezellige woningen te bouwen. Het beste voorbeeld daarvan is het complex op de Heliport, ook wel Kabouterdorp genoemd. Met puntige pannendaken voldoet dat aan een vrij traditioneel beeld van Hollandse gezelligheid. Pas in de jaren ’80 en ’90 werd op hoogbouw ingezet, ook omdat er steeds minder lege plekken waren in de stad.”

Rotterdam nu: de gelaagde stad

Zelf koos Wijnand ervoor om op het randje van het centrum en West te gaan wonen. “Vlakbij de Nieuwe Binnenweg, het Westerpaviljoen, op loopafstand van het centrum, en in de buurt van musea en openbaar vervoer.” Zijn favoriete gebouw uit de wederopbouwperiode? “Met Breuer als vooruitstrevende architect heeft de Bijenkorf als moderne onderneming echt een bijdrage willen leveren aan het nieuwe Rotterdam. Sommige mensen vinden het maar een vierkante doos met gaten, maar ik vind het prachtig.” Uiteindelijk is het geheel van de stad voor Wijnand het meest belangrijk: “In Rotterdam zie je veel verschillende bouwstijlen terug. Die moderne gelaagdheid is uniek. De glimmende kantoorgebouwen van de jaren ’80 vinden veel mensen nu lelijk, maar wat mij betreft horen die erbij. Ik hoop dan ook dat die mogen blijven staan.”

Met Breuer als architect heeft de Bijenkorf als moderne onderneming een bijdrage willen leveren aan het nieuwe Rotterdam.

Vorig artikel Dubbel hoogtepunt op de 22e verdieping in woontoren up:town
Volgend artikel Rust en ontspanning in het Stadscentrum
Wonen in Rotterdam maakt gebruik van cookies. Bij het bezoeken van deze website ga je akkoord met ons cookiebeleid.